Trappen

2004
De opleiding voor bedrijfshulpverlener hoort bij een vast dienstverband. De eerste dag in de brandweerkazerne begint met een rondje namen noemen, die van jezelf en het bedrijf waar je werkt.

  • Ik ben Truus Lodewijk en ik werk in ’t Speelhuis.
  • Dat zou het hoogtepunt van mijn carrière zijn, een grote brand in ‘t Speelhuis!
  • Dat zou mijn grootste nachtmerrie zijn! Al die kinderen die boven les hebben, en dan nog die mensen in de paalwoningen…de zaal heeft veel deuren, daar kom je wel uit.

De volgende dag vertel ik het ontdaan aan mijn collega’s. Wat een vreselijke stoere taal van die brandweerman. Ik heb er slecht van geslapen. Ze stellen me gerust.

  • Maak je daar maar geen zorgen over, er zijn toch overal trappen? Als je de trap maar blijft aflopen, kom je altijd bij een nooddeur, op straat. Wij lopen toch standaard met nieuwe leerlingen mee naar boven om ze de weg te wijzen? Dan laat je toch ook de nooduitgangen zien? Er moet alleen vaker geoefend worden. Docenten van het Kunstencentrum zouden eigenlijk na iedere vakantie even met kinderen de trappen moeten aflopen voor het geval dat er brandalarm is. Weet je wat? Schrijf er maar een mailtje over, veiligheid is een goed onderwerp voor hun volgende vergadering.
  • Maar die mensen in de huizen dan?
  • Ach joh, we hebben overal melders en we oefenen niet voor niets zo vaak. De brandweer is er meteen bij om het over te nemen! Die komen zelf trouwens ieder jaar hier een oefening houden.
  • Weet je wat pas een gevaarlijk gebouw is? De Ameideflat! Je moet er niet aan denken dat zoiets -’s nachts!-  ontruimd moet worden vanwege brand. Verwarde, oude mensen. De lift mag niet gebruikt en de bewoners hebben hulp nodig om naar beneden te komen…huh!

2012
’t Speelhuis is afgebrand op 29 december 2011. Het stadsbestuur is opgelucht, er zijn geen doden of gewonden gevallen. De bewoners van de paalwoningen mogen bijna allemaal weer naar huis. De nieuwe bibliotheek is nauwelijks beschadigd. De bewoners van de Ameideflat hoefden gelukkig niet geëvacueerd. Er is geen schadelijke asbest vrij gekomen…

Er is niets verloren gegaan wat onherstelbaar is, zegt burgemeester Jacobs op 2 januari tijdens een informatiebijeenkomst voor medewerkers van ’t Speelhuis. Een grote, uitslaande brand in het dichtbevolkte centrum van de stad had heel anders kunnen aflopen.

Ik droom veel, over woorden,… de mond van de Hel, zo omschreef een journalist wat hij die nacht zag. Samen met collega’s en vrienden moet ik er steeds langs lopen. We troosten elkaar, maar de verwoesting van onze geliefde werkplek blijft niet om aan te zien. Het regent dagenlang, het gebouw ziet er iedere dag treuriger uit. Het zakt weerloos in elkaar.

Op 9 januari krijgen we gelukkig een tijdelijke werkruimte hoog in de bibliotheek. We gaan in de kantine met onze rug naar het zwarte skelet van ’t Speelhuis zitten.

Soms schrik ik midden in de nacht wakker met een foto uit het ED op mijn netvlies. De open lucht vervangt het circusdoek en er is een woud bonsaiboompjes waar vroeger stoelen stonden. Zwarte staken spaghetti liggen op het toneel, het zijn de trekken die naar beneden zijn gekomen. Ik moet er erg van zuchten, er ligt constant een zware steen in mijn maag.

Onder streng toezicht mag één collega van de techniek dezelfde week nog één keer naar binnen om er uit te halen wat nog te redden is. In het gebouw is toch asbest geconstateerd. Hij draagt een wit papieren pak en speciale schoenen, en ademt door een masker met een luchtzuiveringssysteem. Overstuur komt hij er weer uit, de ravage is verschrikkelijk.

  • Je kunt zo vanuit het vroegere lokaal van de pottenbakkerij in de concertzaal kijken, het hele middenstuk is verdwenen. Net of er daar een bom is ontploft.
  • Er liggen plasjes gestold staal bij sommige deuren, zo heet is het geweest. De waterschade is enorm. Het is overal drijfnat, zelfs de wanden zijn doordrenkt.
  • Van het geschilderde doek van Har Sanders is niets meer te zien, helemaal niets…
  • Op de tweede verdieping waar de tekenlokalen waren, mochten we niet meer komen, dat was te gevaarlijk.
  • Maar de trappen? Kon je nog wel overal komen?
  • Die trappen is juist het gekke, die zijn er allemaal nog! Je kunt nog overal boven komen. Die trappen hebben nauwelijks iets geleden…

Voor het eerst sinds weken voel ik mij opgelucht. Er valt een last van mij af, de steen verdwijnt uit mijn maag. Piet Blom’s ontwerp was werkelijk geniaal! Het kunstwerk heeft jarenlang gefunctioneerd zoals hij het bedoelde. Een speels gebouw, samengesteld uit 37 kubussen op hun punt. Veel verschillende ruimtes met veel mogelijkheden om te benutten. Zes trappen op strategische punten waarborgen de veiligheid van gebruikers en bezoekers. Ik kan weer rustig slapen. De tráppen staan nog…

Truus Lodewijk
Medewerker Bespreekbureau ’t Speelhuis

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Bespreekbureau en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.